Sticky Toffee Pudding

DSCN4086

Ik heb een paar maanden overgeslagen, maar deze keer deed ik weer mee aan de foodblog swap. Voor diegene die niet bekend zijn met de foodblog swap: Nadat je je hebt opgegeven krijg je een foodblog aangewezen waarvan je moet koken. En iemand anders kookt dus van jou blog. Deze keer mocht ik uitkiezen van Duizend en 1 Dag.

Nou is het een beetje de bedoeling van de foodblog swap dat je buiten je comfortzone stapt. Dat je iets uitzoekt dat je zelf niet zo snel zou maken, dat je je eigen draai geeft aan een recept. Met een open blik bekeek ik de receptenindex.

En toen was daar sticky toffee pudding

Sticky toffee pudding!

Lees verder

Welsh Rarebit plukbrood

Hoera, ik ben verhuisd! Natuurlijk besloot mijn lijf juist de griep te krijgen in dat weekend, maar gelukkig heeft Nynke me veilig door de IKea heengeloodst en me meegesleurd naar de juiste dekbedden en schappen.  Mijn eerste volle werkweek was ook lekker hectisch, omdat de pa weg was en ik dus drie dagen tot 10 uur moest werken. Ondertussen heb ik nu echt alle dozen uitgepakt en voor de derde keer de keukenkastjes heringedeeld. En nog steeds niet besloten of ik m’n boeken nou op alfabetische volgorde, op kleur, of op genre gesorteerd wil. Misschien moet ik maar even wachten tot m’n ouders ook die andere drie dozen komen brengen die ik was vergeten.  En ook voor de eerste keer de oven gebruikt! Niet met dit recept, deze stond nog in de wachtrij.  HIj doet het prima in ieder geval. Nu een lekker lang weekend, waar ik even de buurt ga verkennen, Sarina m’n kamer laten zien en verder lekker niet zo veel.

Aangezien het weer lekker herfstig is met regen en wind en hagel is dit wel echt de  perfecte tijd om dit te maken. Welsh Rarebit is namelijk een soort gegrilde kaas op brood, maar dan extra hartig. Met mosterd en bier enzo. Ik wil niet zeggen en andere mannelijke smaken, want dat zou een genderstereotype zijn en die probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Maar je begrijpt wat ik bedoel.  Deb van Smitten Kitchen, die slimme meid, heeft al die smaken weten om te toveren in één brood. Doordat je het deeg op een bepaalde manier in de vorm legt kun je er heel makkelijk sneetjes van plukken. Dat is leuk.

Dit heb je nodig:

Voor het brood:

  • 50 gr boter
  • 150 ml donker bier
  • 300 gr bloem
  • 50 gr roggebloem (of gebruik alleen gewone bloem als je geen roggebloem hebt)
  • 25 gr suiker
  • 1 zakje gedroogde gist (7 gr)
  • 1 tl zout
  • 2 eieren

Voor de vulling:

  • 40 gr boter
  • 1 el mosterd
  • 1 ½ tl Worchestershire sauce
  • scheutje tabasco
  • 1 tl paprikapoeder
  • ½ tl zout
  • zwarte peper uit de molen
  • 175 gr geraspte oude kaas

En zo maak je het:

Maak eerst het brooddeeg. Verwarm de boter samen met de helft van het bier in een pannetje tot de boter is gesmolten. Haal van het vuur en voeg de rest van het bier toe. Zet dit even apart.

Meng de bloemsoorten door elkaar en maak er een grote hoop van op je aanrecht, of in een kom. Maak een kuil in het midden en doe hierin de gist, suiker en eieren. Het zout strooi je aan de rand. Giet je biermengsel in de kuil en meng beetje bij beetje de bloem erdoor. Als het een geheel is geworden haal je het uit de kom en kneed je het 10 minuten goed door tot je een soepel deeg krijgt. Leg het deeg terug in de kom, dek het af en laat het een uurtje rijzen.

Maak ondertussen de vulling. Smelt de boter. Zodra het gesmolten is haal je het van het vuur en roer je er de mosterd, worchestershire sauce en tabasco door. In een andere kom meng je de geraspte kaas met paprikapoeder, peper en zout.

Ga nu verder met het samenstellen van het brood. Bestrooi je aanrecht lichtjes met bloem, haal het gerezen deeg uit de kom en rol dit uit tot een plak van ongeveer 50 x 35 cm. Smeer hierover het mosterdmengsel, goed tot aan de randjes. Snijd het dan over de lengte in 5 repen.  Strooi een kwart van de kaas over de eerste reep, leg de volgende reep deeg erover, strooi hier nog een kwart van de kaas over en ga zo door tot alle repen op elkaar liggen.

Snijd het dan over de breedte in ongeveer 7 plakken. Doe dit voorzichtig met een gekarteld mes, je wil het niet met een mes platdrukken. Leg de plakken dan rechtop in een cakeblik. Zorg ervoor dat ze goed verdeeld zijn, door het rijzen en bakken vult het bakblik zich goed op (zie bovenstaande foto’s). Dek het losjes af met vershoudfolie en laat het nog een half uurtje rijzen. Verwarm ondertussen de oven op 175 ° c.

Bak het ongeveer 25-35 minuten tot het mooi goudbruin kleurt. Een plukbrood plukt het makkelijkst als het nog warm of lauw is. Als het helemaal is afgekoeld kun je het snijden als een normaal brood.

Sticky toffee cupcakes

Iedereen houdt van sticky toffee pudding. Ook de mensen die nog nooit sticky toffee pudding op hebben, want die weten gewoon nog niet dat ze er van houden. En bij jij dan weer net die uitzondering die de regel bevestigd? Wat doe je dan in vredesnaam hier? Echt, serieus? Wat doe je hier? Op deze aarde? Hoe kan het mogelijk zijn dat je niet van sticky toffee pudding houdt? Want het is sticky en het is toffee en het is pudding..

Grapje..

Nee maar, echt? Hoe? Ik wil het weten.

De eerste keer dat ik sticky toffee pudding at was in de Wetherspoon aan Charing Cross Road, Londen. Niet echt een culinair hoogstaand restaurant, maar toch was dit in 2005/2006 een van onze vaste eetplekken. Want groot en cheap en dus uitermate geschikt voor een groep arme meiden. De S.T.P die ze daar hebben komt waarschijnlijk kant en klaar uit de supermarkt en wordt even in de magnetron opgewarmd, maar ik vind hem nog steeds geniaal en ik zal er nog steeds speciaal voor terug gaan. Als je naar Londen gaat raad ik het ook zeker aan. Het is gewoon een soort pub, dus je kunt ook prima alleen een toetje nemen.

Deze cupcakes maakte ik voor m’n zus dr verjaardag, want als er een grotere S.T.P. fan is, dan is zij het wel!  Echte S.T.P is alleen niet zo feest-vriendelijk, want sticky, dus maakte ik deze cupcake versie. Vooral de saus was precies zoals we hem kennen.

Dit heb je nodig voor ongeveer 24 cupcakes:

Voor de cake:

  • 400g dadels, ontpit en in stukjes gesneden
  • 400 ml zwarte thee
  • 200 gr lichtbruine basterdsuiker
  • 50 gr donkerbruine basterdsuiker
  • 2 el golden syrup
  • 4 eieren
  • 200 gr boter, gesmolten
  • 1 el koekkruiden
  • 2 tl vanille extract
  • 350 gr zelfrijzend bakmeel
  • 2 tl baksoda
  • snufje zout

Voor de toffee saus

  • 100 gr lichtbruine basterdsuiker
  • 50 gr donkerbruine basterdsuiker
  • 30 gr boter
  • 2 el golden syrup
  • 1 tl vanille extract
  • snufje zout
  • 125 ml slagroom

Voor de boterglazuurstrong

  • 200 gr zachte boter
  • 200 gr poedersuiker
  • Ongeveer de helft van de afgekoelde toffee saus
  • Eventueel een scheutje melk

En zo maak je het:

Verwarm je oven voor op 175 ° c.

Doe de dadels samen met de thee in een steelpannetje, breng het aan de kook en laat het 5 minuutjes zachtjes koken. Ik heb het daarna gepureerd met een staafmixer, maar dat is niet per se nodig. Je cake krijgt alleen een iets gladdere structuur.

Klop de eieren samen met de suikers en golden syrup tot het licht en romig is. Voeg geleidelijk aan de gesmolten boter toe. Roer hier de dadels en vanille extract doorheen. Zeef als laatste de bloem, baksoda en zout over het mengsel en spatel het er voorzichtig doorheen. Probeer het mengsel zo luchtig mogelijk te houden.

Bekleed een muffin vorm met papieren vormpjes en verdeel het beslag hier over. Doe ze niet helemaal vol, ongeveer ¾ is genoeg. Bak ze voor ongeveer 20 minuten tot ze gaar zijn.

Maak ondertussen de toffee saus. Doe alle ingrediënten, behalve de slagroom, in een grote steelpan en breng het aan de kook. Laat het een paar minuutjes koken tot het een mooie goudbruine caramelkleur heeft. Giet dan de slagroom erbij. Vanwege het temperatuur verschil zal het nogal hevig gaan borrelen, vandaar dat je echt een ruime pan moet nemen. Je kan ook je slagroom even verwarmen, dan borrelt het wat minder erg.  Houdt ongeveer de helft van de toffee saus apart.

Als de cakejes uit de oven komen prik je er een paar gaatjes in met een sateprikker. Giet een lepeltje van de toffee saus over ieder cakeje. Wat ik de volgende keer misschien ga proberen is om ieder cakje een beetje uit te holen en in het midden een lepeltje toffee saus te doen.

Maak als laatste het boterglazuur. Mix de boter tot deze heel zacht en romig is en voeg daarna de poedersuiker toe. Mix het nog eens goed door tot je een glad glazuur hebt. Doe de overige toffee saus erbij, maar hou een paar lepels apart voor de versiering. Roer het allemaal goed door. Als je glazuur nog een beetje te stevig is kun je er een scheutje melk bij doen om het wat gladder te maken, maar bij mij was dat niet nodig.

Verspreid een beetje glazuur over elk cakeje. Ik heb het gedaan met een spuitzak met een groot glad spuitmondje, maar als je deze niet hebt kun je ook gewoon een mes gebruiken. Sprenkel de rest van de toffee saus over de cakejes. Dit gaat heel makkelijk met een cornetje, hoe je deze maakt wordt hier heel duidelijk uitgelegd.

Dit recept is enigszins aangepast van deze.

Hot Cross Buns

Het is goede vrijdag, dus hebben we Hot Cross Buns!  Het kruis op de broodjes zou het kruis van Jezus moeten voorstellen. Nou ja, ik ben niet gelovig, maar als traditie zegt dat je op goede vrijdag hot cross buns eet, dan doe ik dat gewoon. Omdat het lekker is.  Het zijn eigenlijk een soort van gepimpte krentenbollen, met appel en sinasappel erbij. Van mij mag je ze gerust het hele jaar door maken.

Dit heb je nodig (12 stuks):

  • 500 gr bloem voor witbrood
  • 10 gr zout
  • 10 gr gedroogde gist
  • 75 gr suiker
  • 40 gr boter
  • 2 eieren, losgeklopt
  • 120 ml volle melk
  • 120 ml water
  • 150 gr rozijnen
  • 80 gr gekonfijte sinaasappelschil, fijngehakt
  • rasp van twee sinaasappels
  • 1 appel, in blokjes gesneden
  • 2 tl kaneel

Voor het kruis:

  • 75 gr bloem
  • 75 ml water

Om te bestrijken:

  • 75 gr abrikozen jam

En zo maak je het:

Begin zoals altijd met een grote berg van bloem op je aanrecht. Maak een kuil in het midden, zodat je een ring van bloem hebt. Aan de buitenkant van de ring strooi je het zout. Binnenin de ring gaat de suiker, gist, boter, eieren, melk en water. Meng eerst met je hand alles wat binnen de ring zit door elkaar en haal er steeds een beetje meer bloem bij. Ga door todat alles door elkaar is gemengd. Het deeg zal nu wat plakkerig aanvoelen,  dat komt door de eieren en boter. Maar dit wordt wel wat minder als je het goed gaat doorkneden, zo’n 10 minuten lang. Als je het echt te plakkerig  vind kun je er een beetje bloem bij doen, maar zo min mogelijk!  Als het goed is gekneed en soepel aanvoeld, leg je het deeg in een kom, dek het af en laat het minstens een uur rijzen.

Als het deeg ongeveer tot dubbele omvang is gerezen, haal je het uit de kom, en leg je het weer op het aanrecht. Druk het een beetje plat en strooi er de rozijnen, gekonfijte sinaasappel, sinaasappelrasp, appelstukjes en kaneel overheen. Kneed alles door het deeg heen. In het begin lijkt het of alle stukjes appel en rozijnen er uit zullen vallen, maar dat komt wel goed. Leg het deeg weer in een afgedekte kom en laat het nog eens een uur rijzen.

Druk het deeg nu weer plat, tot de lucht er uit is. Rol het uit tot een worst en verdeel het in 8 stukjes. Rol elk stukje op tot een bolletje. Leg ze, vrij dicht op elkaar, op een bakplaat. Dek de bolletjes af en laat nog een uur rusten, tot de bolletjes goed zijn gerezen. Verwarm intussen de oven voor op 220 c.

Maak van de bloem en water een papje. Doe dit een een spuitzak en spuit kruizen over de broodjes heen. Als je geen spuitzak hebt, kun je ook een diepvrieszakje of andere plastic zak gebruiken en daar een puntje van afknippen. Bak ze in de oven tot ze goudbruin zijn, ongeveer 20 minuten.

Verwarm de abrikozenjam, en zeef het indien er grote stukken inzitten. Zodra de broodjes uit de oven komen bestrijk je ze met de abrikozenjam.

Dit recept komt uit Paul Hollywood’s How to Bake en hij maakt ze ook in de Great British Bake Off  Easter masterclass.

Bakewell Taart

 

Laatst keek ik weer eens naar mijn favoriete programma, The Great British Bake Off. Deze keer een speciale uitzending om aandacht te vragen voor Comic Relief, waarbij bekende Britten mochten proberen Mary Berry en Paul Hollywood te imponeren met hun beste bakkunsten. Er werd onder andere gevraagd een Bakewell Tart te maken. Alle vier de deelnemers kwamen met goede resultaten, ook al dachten ze dat blind bakken waarschijnlijk bakken met je ogen dicht was*. Dus als zij het kunnen, kan ik (en jij!) het ook.

De Bakewell taart is onstaan in het Engelse plaatsje Bakewell en bestaat uit een taart van zoete korstdeeg, met daarin een laagje jam en er bovenop een amandelcake vulling.

*Blind bakken is niet bakken met je ogen dicht. Blind bakken wordt gedaan als het deeg van de taartschelp langer moet bakken dan de vulling die er in gaat. Om te voorkomen dat je deeg niet helemaal gaar is, of wel gaar, maar de vulling verbrand, wordt de taart eerst zonder vulling voorgebakken. Men gebruikt hiervoor een steunvulling, want als je deze niet zou gebruiken zou de rand van het deeg door de warmte weer naar beneden zakken. Er zijn speciale steunvullingen te koop in kookwinkels, maar je kunt bijvoorbeeld ook gedroogde peulvruchten gebruiken, of ongekookte rijst.

Dit heb je nodig:

Voor het deeg:

  • 200 gr bloem
  • 100 gr koude boter, in blokjes
  • 2 el poedersuiker
  • 2 eidooiers

Voor de vulling:

  • 100 gr zachte boter
  • 125 gr suiker
  • 3 eieren
  • 150 gr gemalen amandelen
  • 4 el frambozen jam (of andere jam naar keuze)
  • handjevol geschaafde amandelen

Een vorm met gekartelde rand van 22 cm, goed ingevet met boter en een steunvulling.

En zo maak je het:

Begin met het maken van de bodem. Wrijf met je vingertoppen de boter door de bloem met suiker. Voeg beetje bij beetje de eidooiers toe en kneed tot een samenhanged deeg. Je kunt eventueel wat water toevoegen als het niet goed pakt, maar probeer het zo droog mogelijk te houden. Laat het een half uurtje in de koelkast rusten.

Verwarm de oven voor op 200 c. Rol het deeg uit tot een ronde lap die iets groter is dan de vorm en bekleed hier de vorm mee. Zorg ervoor dat je het deeg goed, maar voorzichtig in de kartels drukt. Leg een stuk bakpapier op het deeg en daarin een steunvulling. Bak het voor 15 minuten, haal het bakpapier en de steunvulling eruit en bak nog eens 5 minuten.

Verlaag de oventemperatuur tot 175 c.

Maak ondertussen de vulling. Hiervoor roer je eerst de boter glad met de suiker. Voeg één voor één de eieren toe en spatel er als laatst de gemalen amandelen door. Dit mengsel wordt ook wel frangipane genoemd. Smeer de jam over de enigszins afkoelde taartschelp en schep hierover de frangipane. Strijk het voorzichtig glad en strooi hier de geschaafde amandelen over. Bak voor ongeveer 35 minuten.

Welsh Cakes

Afgelopen zomer was ik samen met een vriendin een weekendje weg naar Tenby in Wales. Het regende, hagelde en stormde, we hadden het kunnen weten. Er zat niets anders op dan maar  de lokale lekkernijen uit te proberen (he verdorie). Zo ook de Pice ar y maen, oftewel Welshcakes die overal bij de thee werden geserveerd. Het lijkt een beetje op een in een pan gebakken scone, of een kruising tussen een koekje en een klein pannenkoekje. Je kunt het maar het beste zelf uit proberen, dan weet je wat ik bedoel. Maar pas op! Ze zijn heel verslavend.

Dit heb je nodig

  • 125 gr koude boter, in blokjes gesneden
  • 250 gr zelfrijzend bakmeel
  • 75 gr witte basterdsuiker
  • 1/2 tl koekkruiden/mixed spice
  • 100 gr rozijnen
  • 1 ei, losgeklopt

Dit recept maakt ongeveer 20 stuks.

En zo maak je het:

Wrijf met je vingertoppen de boter door de bloem. Het is de bedoeling dat het mengsel zo koud mogelijk blijft, dus als je hele warme handen hebt kun je ook met een vork de boter door de bloem prakken. Roer de suiker, kruiden en rozijnen erdoor. Voeg als laatste het ei toe en kneed snel tot een deeg. Dek het deeg af met huishoudfolie en laat het een half uurtje in de koelkast rusten.

Rol het deeg uit tot een dikte van ongeveer 3/4 cm en steek er met een uitsteek vormpje of glas rondjes van ongeveer 6cm doorsnee uit. Bak deze in een koekenpan op middelhoog vuur, 3 min aan iedere kant tot ze goudbruin van kleur zijn.

Het liefst eten als ze nog warm zijn, of even opwarmen in een pan of broodrooster.