Peer frangipane plaatkoek

DSCN3599

Bij de herst horen naast heel veel blaadjes, pompoenen en storm natuurlijk ook peren. Peren en appels zijn echt herfst fruit. In mijn nieuwe Fruit kookboek van Hugh-Fearnley Whittingstall hebben zowel peren als appels ieder een heel eigen hoofdstuk. Genoeg keuze dus!

En dus maakte ik als eerste uit dit boek deze taart met peer en frangipane. Frangipane is een soort beslag gemaakt met veel gemalen amandelen. Het klinkt heel sjiek, maar smaakt vooral lekker. De peren hoeven niet eens rijp te zijn, want ze worden eerst gebakken in de pan. En dan krijg je ook nog eens een lekkere toffee saus erbij.

Lees verder

Amandelscones met bosbessen

Deze scones zien er misschien niet uit als de gemiddelde scone, maar ze zijn wel minstens net zo lekker. Door de amandelextract krijg je een lekkere smaak, die me deed denken aan gevulde koeken. De bosbessen maken het juist lekker fris. Gelukkig zijn ze net zoals gewone scones heel makkelijk en snel te maken!

Lees verder

Florentines met sinaasappel

Mijn recept voor gekonfijte sinaasappel is bij uitstek de de meest populaire, of in ieder geval, de meest bezichtigde post op deze blog.  Daarom vandaag een keer een koekje waarin gekonfijte sinaasappel de boventoon voert. Florentines kun je maken met ieder soort gekonfijt fruit, maar aangezien ik net een lading gekonfijte sinaasappel had gemaakt gebruikte ik alleen dat. Bovendien ben ik  op de combinatie chocolade en sinaasappel (Jaffacakes, anyone?). Ik dacht altijd dat florentines best lastig waren om te maken, maar dat valt reuze mee. Ik heb alleen gemerkt dat de oventijd nogal kan varieren. Bij mij scheelde het al 5 minuten na gelang welke bakplaat ik gebruikte! Dus wat dat betreft moet je gewoon even uit proberen.

Dit heb je nodig:

  • 100 gr blanke amandelen (dus zonder vlies)
  • 125 gr gekonfijte sinaasappel
  • 25 gr boter
  • 75 gr suiker
  • 1 el bloem
  • 150 ml slagroom
  • 200 gr pure chocolade (Als je liever geen chocolade wilt, kun je ze ook zonder maken)

En zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 190 °c  (170° c voor een hetelucht oven) en bekleed een bakplaat met bakpapier.

Hak de amandelen grof. Snijd indien nodig de gekonfijte sinaasappel ook kleiner, in ongeveer even grote stukjes als de amandelen.

Smelt de boter samen met de suiker in een pan, let erop dat het niet aanbrand. Voeg de bloem toe en roer het door tot het een bal vormt. Haal de pan van het vuur en klop de slagroom er door. Als er klontjes ontstaan, zet het dan op het vuur en roer het snel door.

Schep theelepeltjes van het mengsel op een bakplaat. Houdt er rekening mee dat het nogal zal uitdrijven, dus houdt een flinke afstand tussen de hoopjes. Bak ze in de oven tot de randjes goudbruin kleuren. Hoe lang dit duurt kun je het beste even uitproberen. Het originele recept zegt 10-12 minuten, maar bij mij duurde het zeker 15-18 minuten, en op een andere bakplaat wel 20-25 minuten. Ik zou er dus gewoon even bij blijven en het goed in de gaten houden. Als de randjes gekleurd zijn, zijn ze in ieder geval goed, dus dat is duidelijk te zien. Als ze net uit de oven komen zijn de florentines nog zacht. Laat een paar minuten afkoelen op de bakplaat, daarna zijn ze stevig genoeg om te verplaatsen naar een rooster om verder af te koelen.

Voor het chocoladelaagje hak je de chocolade fijn. Doe ongeveer tweederde van de chocola in een kom en zet deze boven een pan met kokend water, zodat de chocolade au bain marie kan smelten. Zodra de chocola is gesmolten haal je de kom van de pan. Voeg nu al roerende beetje bij beetje de overige gehakte chocolade toe. Op deze manier wordt de chocolade niet te warm en zal hij ook weer sneller stollen. Je kunt zoals ik hier heb gedaan de gesmolten chocola met een kwastje op de achterkant van de koekjes smeren. Maar je kunt bijvoorbeeld ook de koekjes voor de helft in de chocola dippen, net wat je leuk vind. Laat de koekjes liggen tot de chocola volledig is gestold.

Dit recept komt in basis uit Hoe word ik een goddelijke huisvrouw van Nigella Lawson.
Een jaar geleden:
Geitenkaasscone met tijm
White chocolate cheesecake

Chocoladetaart met een twist

Nou, ik bak er dus niks van. Van bloggen dan, alles lijkt mis te gaan. Ik wilde graag een kerst bericht doen, en een eindejaarslijstje en een nieuwjaarswens. Maar wegens voornamelijk internet en camera problemen kwam daar niks van terecht. Deze post was er ook bijna niet geweest, omdat de batterij van m’n camera ineens leeg bleek te zijn. Maar ik moest per se dit recept delen van Nynke. Desnoods maakte ik maar een foto van een avocado als ik guacamole maakte.

Ja, deze chocoladetaart bevat avocado. Wat hij niet bevat is eieren, melkproducten en tarweproducten. Het geheime ingrediënt is dus avocado en dat maakt deze taart aan de ene kant heel erg lekker romig, maar aan de andere kant ook een beetje fris en niet heel zwaar. Zeg tegen je gasten dat het een vegan, glutenvrije taart is, maar laat ze nog even raden wat er dan wel in zit.

Dit heb je nodig:

Voor de bodem:

  • 150 gr amandelmeel
  • 25 gr cacao
  • 2 el zonnebloemolie
  • 4 el agavesiroop (je kan ook maple syrup gebruiken, of honing, maar dan is het niet meer veganistisch)
  • 1 tl vanille extract
  • ½ tl zout

Voor de vulling

  • 250 gr pure chocolade
  • 3 rijpe avocado’s, de schil en pit verwijderd.
  • 80 ml amandelmelk (of een andere zuivelvrije variant)
  • 160 ml agavesiroop
  • 1 el maizena
  • ¼ tl zout
  • 1 tl vanille extract
  • 25 gr cacao

En een springvorm van 20 cm. De bodem bekleed met bakpapier en de randjes lichtjes bestreken met olie.

En zo maak je het

Het maken van deze taart is ook echt belachelijk simpel. Voor de bodem roer je gewoon alle ingrediënten door elkaar. Schep het in de springvorm en druk het plat met een lepel. Zet het in de koelkast en ga verder met de vulling.

Hiervoor smelt je de chocolade. Ik vind het het fijnst om het in een kom boven een pan met heet water te doen. Laat de gesmolten chocola een beetje afkoelen. De rest van de ingrediënten van de vulling doe je in een litermaat of hoge kom en pureer het met een staafmixer tot een romige massa. Roer hier de gesmolten chocola doorheen. Schep de vulling over de bodem en smeer het uit. Zet het daarna voor minstens 4 uur in de koelkast om op te stijven. Deze taart kun je dus het beste een dag van te voren maken.

That’s it. Ik vond het heel leuk om eens een keer met andere ingrediënten te werken. En door het succes van dit recept wil ik het ook zeker vaker gaan proberen!

Het recept komt van ohsheglows.com, met enige aanpassingen in het recept zodat ik kon gebruiken wat ik al in huis had.

Een jaar geleden:
Rode uien taart
Sesam-dadel koekjes
Butterscoth bananencake

 

Abrikozenvlaai, vrije stijl.

Soms heb je van die recepten waarvan je niet helemaal weet wat je er nou precies bij moet voorstellen. Van die recepten zonder plaatje. En dan lees je het recept en dan weet je het nog steeds niet helemaal, want het lijkt op niks wat je ooit eerder hebt gemaakt. Dat had ik ook bij dit recept, ik las het en dacht:  Ok, dit wordt dus een soort van brood, met kruimeltaart erboven op? Of een kruimelvlaai met extra dikke bodem? Het fijne aan Nigella is, dat ze mij ook zonder plaatje kan overtuigen om iets te maken.

Gelukkig voor jullie heb ik er wel een plaatje bij gedaan, dan weet je gelijk waar je aan toe bent *. Nu nog een naam verzinnen. Het smaakt echt naar abrikozenvlaai, dus daarom ben ik hier maar voor gegaan. Het heeft alleen een wat dikkere bodem. Het is ook wat makkelijker maken dan een vlaai, want het deeg gaat gewoon in vrije vorm op een bakplaat, in plaats van in een vorm.

Dit heb je nodig:

Voor de bodem

  • Half zakje gedroogde gist
  • 350 gr witbrood meel
  • ½ tl zout
  • 50 gr fijne kristalsuiker
  • 200 ml melk
  • 1 ei, losgeklopt
  • 20 gr zachte boter

Voor de bovenlaag

  • 500 gr abrikozen, zonder pit, gehalveerd
  • 3 el rietsuiker
  • 150 gr bloem
  • 100 gr lichtbruine basterdsuiker
  • 110 gr boter
  • 150 gr noten (Ik heb amandelen gebruikt omdat ik die nog had liggen. Andere noten werken denk ik ook prima.)

En een bakplaat bekleed met bakpapier.

En zo maak je het:

Maak eerst het deeg voor de bodem. Leg de bloem in een hoop op het aanrecht en maak in het midden een kuil zodat je een kring van bloem krijgt. Strooi het zout aan de buitenkant van de bloem en in het midden van de ring strooi je de gist, samen met de boter, suiker en ei. Roer het middelste goed door elkaar en giet de melk erbij. Roer nu vanuit de binnenrand van de bloem telkens meer bloem erbij tot alle bloem is vermengd en een deeg vormt. Kneed het deeg ongeveer 10 minuten goed door totdat er een soepel deeg onstaat. Het deeg is heel zacht, maar als het echt te plakkerig aan voelt kun je er wat meer bloem bij doen. Leg het deeg in een kom, dek af met folie en laat het een uurtje rijzen.

Ondertussen kun je verder gaan met bovenlaag. Vermeng de gehalveerde abrikozen met de rietsuiker en laat deze even staan. Als je abrikozen nog niet helemaal rijp zijn kun je ze ook eventjes 5 minuutjes met de suiker in een pannetje verwarmen. Dan worden ze iets zachter. Voor de kruimellaag meng je de bloem met de suiker. Wrijf hier de boter doorheen tot er kruimels onstaan. Niet te lang doorkneden, want dan wordt het gewoon een deegbal. Roer er als laatste de noten door.

Verwarm de oven voor op 200 ° c.  Leg het gerezen deeg op de bakplaat en druk het voorzichtig uit tot een rechthoek van ongeveer 30 x 25 cm. Maar je kan natuurlijk ook een cirkel maken van ongeveer dezelfde grootte. Leg de abrikozen op het deeg met de snijkant naar boven. Verspreid als laastste de kruimellaag over de abrikozen.  Bak het voor ongeveer 25-30 minuten.

*Alhoewel, misschien liet Nigella wel express geen foto zien. Ik kan niet zeggen dat dit recept een schoonheidsprijs zal verdienen.

Citrus polenta cake

 

Ik weet niet wat jullie vinden, maar ik kan wel wat meer zon in m’n leven gebruiken. Letterlijk en figuurlijk. Op het moment is de verleiding om een grot (lees, comfortabel bed) te zoeken en een diepe winterslaap te houden tot de zomer komt heel erg groot. Waarom zou ik ’s morgens m’n bed uit komen? Ik kan echt geen reden bedenken.

Nou, heel misschien voor het maken van deze cake. Het is fris en fruitig en zomers en een klein zonnestraaltje in donkere dagen.

Dit heb je nodig:

  • 160 gr zachte boter
  • 160 gr fijne kristalsuiker
  • 1 groot ei (ik had 2 kleintjes)
  • 125 gr fijne polenta of maismeel
  • 65 gr amandelmeel
  • 1 tl bakpoeder
  • sap en rasp van 2 sinasappels en 1 citroen *
  • 2 el honing

En een springvorm of rond bakblik van 20 cm, ingevet en de bodem bekleed met bakpapier.

*Je kunt ook bijvoorbeeld alleen sinasappel of citroen gebruiken, of andere citrusvruchten zoals limoen. Je hebt in totaal ongeveer 250 ml sap nodig.

En zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 175 ° c.

Meng de boter samen met de suiker tot het romig en luchtig is, dit duurt wel een paar minuten. Voeg het ei toe en roer goed door.  Voeg de rasp van de citrusvruchten toe en ongeveer de helft van het sap.

Meng de polenta samen met het amandelmeel en bakpoeder. Voeg dit toe aan eht botermengsel en roer het goed door. Het mengsel ziet er een beetje raar uit, alsof het geschift is. Dit hoort zo, dus geen zorgen!

Doe het beslag in de springvorm en strijk het glad. Bak in de oven voor ongeveer 40 minuten of totdat het gaar is.

Verwarm de honing in een steelpan samen met de rest van het sap. Roer rustig door tot de honing is opgelost.  Giet dit over de cake als deze net uit de oven komt. Laat de cake in de vorm afkoelen.

Gevulde koeken

Zelfgemaakte gevulde koeken. Dat is leuker en lekkerder dan in de winkel kopen. Een win-win situatie noemen ze dat.

Dit heb je nodig (voor ongeveer 12 stuks):

  • 250 gr bloem
  • 1 tl bakpoeder
  • snufje zout
  • 160 gr harde boter, in kleine blokjes
  • 125 gr fijne kristalsuiker
  • rasp van 1/2 citroen
  • 1 ei, losgeklopt
  • 250 amandelspijs *
  • 12 garneeramandelen

*Koop het kant en klaar of maak het zelf door 125 gr gemalen blanke amandelen of amandelmeel, 125 gr fijne kristalsuiker en 1 ei door elkaar te mengen. Als je kant en klaar amandelspijs koopt moet je het van te voren even een beetje doorkneden zodat het wat soepeler wordt en als het nodig is even een drupje water aan toevoegen om het wat losser te maken.

En een bakplaat bekleed met bakpapier en een ronde, geribbelde steker van 7 cm.

En zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 200° c.

Meng het bakpoeder en zout door de bloem. Doe de boter erbij en wrijf het door de bloem totdat alle klontjes zijn verdwenen en het mengsel op broodkruimels lijkt. Meng de suiker en de citroenrasp erdoor en voeg de helft van het losgeklopt ei toe. Kneed het snel door tot een deeg en laat het 15 minuten in de koelkast rusten.

Verdeel het amandelspijs in twaalf gelijke porties en rol er balletjes van. Druk ze iets aan tot je schijfjes krijgt van ongeveer 4,5 cm doorsnee.

Rol het deeg uit tot een plak van ongeveer 3 mm dikte. Steek met de koekjessteker 24 rondjes uit. Je kunt het deeg weer bij elkaar kneden en opnieuw uitrollen als je niet meteen 24 rondjes krijgt. Leg 12 rondjes op de bakplaat en leg op elk rondje deeg een stukje amandelspijs. Smeer wat water rondom het spijs en dek ze af met de 12 overige rondjes. Druk de randjes voorzichtig, maar goed aan. Bestrijk de koeken met het overgebleven losgeklopte ei. Druk een halve amandel in het midden van iedere koek en laat ze ongeveer een kwartiertje rusten.  Bak ze in het midden van de oven tot ze goudbruin zijn, ongeveer 20 minuten.

Dit recept komt uit Het Nederlands Bakboek.

Rabarberkruimelcake

Jongens, jongens, er is weer rabarber! Ik liep door de supermarkt en plots zag ik daar die  mooie roodroze stengels mij roepen: We zijn er! We zijn er! Ik riep: Jullie zijn er! Jullie zijn er! En we deden spontaan een vreugdedansje met het winkelwagentje. Eenmaal thuis aangekomen werd de rabarber genadenloos in stukken gesneden en in een cake gestopt. Maar dat maakt niet uit, want rabarber houdt van cake en cake houdt van rabarber en ik hou van rabarbercake en zo is iedereen blij.

Dit heb je nodig:

Voor de cake:

  • 150 gr boter
  • 150 gr lichtbruine basterdsuiker
  • 3 eieren
  • 100 gr zelfrijzend bakmeel
  • 1 tl bakpoeder
  • 100 gr amandelmeel (als je dit niet kunt vinden, gebruik dan 100 gr extra zelfrijzend bakmeel en laat het bakpoeder weg)
  • rasp van 1 sinaasappel en 2 el van het sinaasappelsap
  • 400 gr rabarber

Voor de kruimellaag:

  • 75 gr ruwe rietsuiker
  • 100 gr zelfrijzend bakmeel
  • 75 gr koude boter, in blokjes gesneden
  • 1 tl gemberpoeder
  • 1 el sinaasappelsap
  • 50 gr geschaafde amandelen

En een springvorm van 20 cm, ingevet met boter en bekleed met bakpapier

En zo maak je het:

Verwarm de oven voor op 175 c.

Snijd de uiteinden van de rabarber en snijd de stelen in stukjes van ongeveer 2 cm. Meng de boter met de suiker tot deze romig is. Voeg één voor één de eieren toe, samen met de sinaasappelrasp en -sap. Meng het bakmeel, bakpoeder,  amandelmeel en een snufje zout door elkaar en roer dit door het boter-suiker-ei mengsel. Roer als laatste de rabarber erdoor. Schep het beslag in de springvorm.

Voor de kruimellaag meng je de rietsuiker en gemberpoeder door de bloem. Doe de boter erbij en wrijf deze door de bloem tot het op broodkruimels lijkt. Voeg de sinaasappelsap toe en wrijf het erdoor tot er wat grovere kruimels ontstaan. Meng de geschaafde amandelen door het mengsel.  Strooi dit mengsel over het cakebeslag.

Bak de cake een uur in de oven. Als de bovenkant te bruin lijkt te worden kun je deze even met wat aluminiumfolie afdekken. Je kunt deze cake warm eten, of eerst in de vorm af laten koelen. Als de cake nog warm is, is hij nogal breekbaar, maar dat doet aan de smaak niks af.

 

Grapefruit taart

Grapefruit is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij taart, maar dat is voor mij al reden genoeg om het juist te proberen. Volgens mij heb ik dat al eerder gezegd. Klinkt iets niet zo heel lekker, of voor de hand liggend, dan wil ik het juist maken. Soms valt het tegen, en soms valt het mee. De grapefruit is een beetje bitter, maar vulling er bovenop is juist heel zoet, dus dat smaakt heerlijk bij elkaar. Deze taart heeft wel wat weg van de Bakewell Taart, maar dan met grapefruit in plaats van frambozenjam.

Dit heb je nodig:

Voor het deeg:

  • 115 gr bloem
  • 50 gr boter, koud
  • 25 gr poedersuiker
  • 1 eidooier
  • 1 tl vanille extract

Voor de vulling:

  • 4 grapefruits
  • 150 gr boter, op kamertemperatuur.
  • 2 eieren
  • 150 gr amandelmeel of gemalen amandelen.
  • 650 gr suiker
  • 3 el bloem
  • 1 el pijnboompitten

En een taartvorm van 23 cm, liefst een met gekartelde rand en losse bodem.

En zo maak je het:

Eerst maak je jam van de grapefruit. Schil met een dunschiller plakjes van de schil van de grapefruit en snijd deze in reepjes. Schil de rest van de grapefruit en snijd het vruchtvlees in stukken. Doe alles in een steelpan samen met 500 gr van de suiker. Breng het aan de kook en laat het zachtjes pruttelen tot het een beetje is ingedikt. Ongeveer 45-60 minuten. Laat de jam afkoelen.

Ga nu verder met het deeg.  Snijd de boter in kleine stukjes. Doe de bloem in een kom en wrijf hier met je vingertoppen de bloem door tot de boter helemaal in de bloem is opgenomen en het lijkt op broodkruimels. Roer de suiker erdoor. Meng het ei lost met 1 el koud water en het vanille extract. Roer dit door de bloem en kneed het snel tot een deeg. Maak er een schijf van, pak het in in vershoudfolie en laat het een halfuurtje in de koelkast rusten.

Verwarm de oven voor op 180 c. Vet je vorm in met boter. Haal het deeg uit de koelkast en rol het uit tot het groot genoeg is om in de vorm te passen. Bekleed je vorm met het deeg. Leg er een vel bakpapier op en vul het met blindbak bonen.  Bak de vorm voor 15 minuten, haal de blindbakvulling er uit en bak nog eens 5 minuten.

Maak ondertussen de vulling.  Mix de overige 150 gr suiker, amandelmeel, boter en eieren door elkaar met een mixer tot je een soort pasta krijgt, en roer er dan de bloem door. Dit is een frangipane mengsel.

Smeer de jam over de bodem van de taart. Je mag er best veel in doen, tot ongeveer 1 cm onder de rand van het deeg, maar het kan zijn dat je niet alles nodig hebt. Lepel de frangipane erover en smeer het voorzichtig uit. Strooi er de pijnboompitten over en bak het voor 45 minuten. Laat het ongeveer 15 minuten afkoelen voordat je de taart uit de vorm haalt.

 

Bakewell Taart

 

Laatst keek ik weer eens naar mijn favoriete programma, The Great British Bake Off. Deze keer een speciale uitzending om aandacht te vragen voor Comic Relief, waarbij bekende Britten mochten proberen Mary Berry en Paul Hollywood te imponeren met hun beste bakkunsten. Er werd onder andere gevraagd een Bakewell Tart te maken. Alle vier de deelnemers kwamen met goede resultaten, ook al dachten ze dat blind bakken waarschijnlijk bakken met je ogen dicht was*. Dus als zij het kunnen, kan ik (en jij!) het ook.

De Bakewell taart is onstaan in het Engelse plaatsje Bakewell en bestaat uit een taart van zoete korstdeeg, met daarin een laagje jam en er bovenop een amandelcake vulling.

*Blind bakken is niet bakken met je ogen dicht. Blind bakken wordt gedaan als het deeg van de taartschelp langer moet bakken dan de vulling die er in gaat. Om te voorkomen dat je deeg niet helemaal gaar is, of wel gaar, maar de vulling verbrand, wordt de taart eerst zonder vulling voorgebakken. Men gebruikt hiervoor een steunvulling, want als je deze niet zou gebruiken zou de rand van het deeg door de warmte weer naar beneden zakken. Er zijn speciale steunvullingen te koop in kookwinkels, maar je kunt bijvoorbeeld ook gedroogde peulvruchten gebruiken, of ongekookte rijst.

Dit heb je nodig:

Voor het deeg:

  • 200 gr bloem
  • 100 gr koude boter, in blokjes
  • 2 el poedersuiker
  • 2 eidooiers

Voor de vulling:

  • 100 gr zachte boter
  • 125 gr suiker
  • 3 eieren
  • 150 gr gemalen amandelen
  • 4 el frambozen jam (of andere jam naar keuze)
  • handjevol geschaafde amandelen

Een vorm met gekartelde rand van 22 cm, goed ingevet met boter en een steunvulling.

En zo maak je het:

Begin met het maken van de bodem. Wrijf met je vingertoppen de boter door de bloem met suiker. Voeg beetje bij beetje de eidooiers toe en kneed tot een samenhanged deeg. Je kunt eventueel wat water toevoegen als het niet goed pakt, maar probeer het zo droog mogelijk te houden. Laat het een half uurtje in de koelkast rusten.

Verwarm de oven voor op 200 c. Rol het deeg uit tot een ronde lap die iets groter is dan de vorm en bekleed hier de vorm mee. Zorg ervoor dat je het deeg goed, maar voorzichtig in de kartels drukt. Leg een stuk bakpapier op het deeg en daarin een steunvulling. Bak het voor 15 minuten, haal het bakpapier en de steunvulling eruit en bak nog eens 5 minuten.

Verlaag de oventemperatuur tot 175 c.

Maak ondertussen de vulling. Hiervoor roer je eerst de boter glad met de suiker. Voeg één voor één de eieren toe en spatel er als laatst de gemalen amandelen door. Dit mengsel wordt ook wel frangipane genoemd. Smeer de jam over de enigszins afkoelde taartschelp en schep hierover de frangipane. Strijk het voorzichtig glad en strooi hier de geschaafde amandelen over. Bak voor ongeveer 35 minuten.